Actueel > Nieuwsberichten
Nieuwsberichten
Rotterdamse Milieu-Iftar op 2 september
De Iftar is de maaltijd waarmee moslims tijdens de Ramadan het vasten verbreken. Het Rotterdams milieucentrum organiseert op 2 september 2010 traditiegetrouw een Milieu-Iftar. De Iftar vindt plaats in Speeltuin Tarwewijk in de Volkstheatertent, die om 20.00 uur haar deuren opent. Vanaf ongeveer 20.30 uur kan er gegeten worden. Naast eten is er muziek van Manar, een groep met wortels in het zuiden van Marokko, straattheater van de Wereldwachter, zijn er inspirerende sprekers en gasten uit de wijk en politiek. Ook u bent van harte welkom op de Milieu-Iftar, na aanmelding via info@milieucentrum.rotterdam.nl. In bijgaande flyer vindt u meer informatie.
Kwart jonge allochtonen werkloos
Volkskrant - 12 juli 2010
De werkloosheid onder Marokkanen, Turken en Antillianen is afgelopen jaar flink gestegen. Niet-westerse allochtonen zijn bijna drie keer zo vaak werkloos als autochtonen. Jongeren hebben nog meer last van de crisis: een kwart van de allochtone jongeren is werkloos.Dit blijkt uit de vijfde monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt die het instituut voor multiculturele vraagstukken Forum vandaag publiceert. Dit voorjaar zat 14 procent van de niet-westerse allochtonen werkloos thuis, tegenover 5,1 procent van de autochtonen. Een jaar eerder had één op de tien allochtonen geen baan. Onder hoogopgeleide allochtonen is de werkloosheid hoger dan onder laagopgeleide autochtonen.
‘Je ziet bij elke economische dip dat de werkloosheid onder allochtonen ongeveer drie keer zo hoog is als onder autochtonen’, zegt Sadik Harchaoui, directeur van Forum. Toch vindt hij het treurig dat het nu weer zo is. ‘Het opleidingsniveau van allochtonen is gestegen, ze zijn beter geïntegreerd dan tijdens vorige recessies en er is meer aandacht voor diversiteit.’
Flexcontract
Wat Harchaoui betreft, heeft de hoge werkloosheid niet zozeer te maken met discriminatie door werkgevers. Hij wijt het eerder aan de zwakke positie van allochtonen op de arbeidsmarkt. Zij hebben vaker een flexcontract, en vliegen er dus als eerste uit. Hoewel het opleidingsniveau is gestegen, is de achterstand op autochtonen nog niet ingehaald. ‘En allochtone jongens en meisjes kunnen minder gebruik maken van de netwerken die autochtonen wel hebben.’
Vooral de hoge werkloosheid onder jongeren baart hem zorgen. Dit voorjaar had 12 procent van de autochtone jongeren onder de 25 jaar geen werk, tegenover 25 procent van hun allochtone leeftijdgenoten. Surinaamse en Marokkaanse jongeren hebben de meeste moeite een baan te vinden; van hen zit 28 procent thuis.Vertraging
‘Als zij langer dan een maand of zes werkloos blijven, is dat echt een probleem. Het wordt dan lastig om nog een voet tussen de deur te krijgen’, zegt Harchaoui. In de afgelopen maanden zijn er tekenen dat de arbeidsmarkt voorzichtig herstelt. Maar volgens de Forum-directeur profiteren allochtonen hier pas na een tijdje van. ‘Er zit een vertraging van twee jaar tussen’, schat hij.‘Zo’n lange periode van werkloosheid kan heel vervelende gevolgen hebben. Het zelfbeeld van deze jongeren daalt, ze hebben geen inkomen en missen ook de structuur die werk biedt. Als er grote groepen werkloos blijven, bestaat het gevaar dat deze jongeren gaan hangen en op een illegale manier aan hun geld proberen te komen.’ Het demissionaire kabinet is vorig jaar een ‘actieplan’ begonnen om werkloosheid onder jongeren tegen te gaan, maar volgens Forum is het onduidelijk wat de resultaten zijn.
Ondernemers
Opvallend is dat allochtone ondernemers zich niet hebben laten afschrikken door de malaise. Het aantal autochtone ondernemers is in de periode maart 2009 tot maart 2010 met negentienduizend gedaald. Het aantal ondernemers met een niet-westerse achtergrond is juist gestegen met tweeduizend. Vooral de Turkse ondernemer gaat stug door.‘Bij Turken zit het ondernemerschap in het bloed’, verklaart de Forum-directeur. ‘Zij hebben ook een andere perceptie van de risico’s. Ze hoeven niet meteen een miljoenenbedrijf en als het een keer misgaat, wordt dat niet gezien als gezichtverlies.’ Forum baseert dit rapport onder meer op CBS-gegevens.
Aanmelding voor De Bestuurlijke Groene Top geopend
Op 6 oktober wordt de Bestuurlijke Groene Top georganiseerd. De Groene Top is voor genodigden uit de landelijke- en gemeentelijke overheid en politiek, colleges van bestuur van de groene onderwijsinstellingen en de top van de Productschappen en brancheorganisaties bedrijfsleven. De achtergronden, doelen en het globale programma staan beschreven in bijgaande flyer. De bestuurlijke groene top is een besloten bijeenkomst, deelnemers worden persoonlijk uitgenodigd, waarna zij zich hier kunnen aanmelden.
Aanmelding voor Manifestatie Kies én Kijk Kleur in Groen 2010 geopend
Op 6 oktober vinden twee bijeenkomsten plaats. De manifestatie Kies én Kijk Kleur in Groen vindt 's middags plaats en is bedoeld voor alle medewerkers van het groen onderwijs die deelnemen aan Kies Kleur in Groen. Locaties laten hun good practises zien en voor het eerst reiken we de Kies Kleur in Groen Award uit. U kunt zich hier aanmelden voor de Manifestatie Kies én Kijk Kleur in Groen 2010.
Reactie op onderzoek Dronkers: school is meer dan leren...
NRC 23 juni 2010 - Wetenschapper Dronkers stelt dat het mengen van etniciteit op scholen leidt tot slechtere prestaties. Voorstanders houden vol. ,,School is meer dan leren."
,,Dramatisch." Zeki Arslan van het instituut voor multiculturele vraagstukken Forum is ontstemd over het beeld dat de afgelopen week is ontstaan rondom etnisch gemengde scholen. ,,Er is sprake van grote onrust bij ouders, merken wij."
Onderwijssocioloog Jaap Dronkers presenteerde donderdag bij zijn oratie als hoogleraar in Maastricht onderzoek waaruit blijkt dat leerlingen op sterk gemengde scholen slechter presteren dan kinderen die in een etnisch homogene klas zitten.
Arslan: ,,We krijgen veel reacties uit onze achterban. Mensen dachten dat het over Nederlandse scholen ging, terwijl Dronkers voor zijn onderzoek juist geen beschikking had over Nederlandse gegevens. Ik vind dat het met de beeldvorming rondom dit onderzoek, dat op zich gedegen is, helemaal de verkeerde kant op is gegaan."
Dronkers onderzocht inderdaad geen Nederlandse scholieren - de overheid is pas vorig jaar begonnen met het registreren van het land van herkomst van leerlingen en hun ouders - maar wel landen die op Nederland lijken, zoals België en Duitsland. Hij verwacht hetzelfde negatieve effect van grote etnische diversiteit te zien als hij volgend jaar Nederlandse gegevens kan analyseren.
Arslan moet dat eerst nog zien. Daarnaast benadrukt hij dat er tal van andere factoren meespelen die het presteren van leerlingen op school beïnvloeden. ,,Dronkers heeft ervoor gekozen de leesvaardigheid van vijftienjarigen te onderzoeken. Naar aanleiding van dat onderzoek kan je nog niet concluderen dat etnisch gemengde scholen 'slecht' zijn. Hij had bijvoorbeeld ook kunnen onderzoeken hoe lang leerlingen met een migrantenachtergrond al in het land wonen waar ze onderwijs krijgen. Dat is wellicht van veel grotere invloed op hun prestaties. En ook het opleidingsniveau van ouders is van enorm belang, dat geeft Dronkers zelf aan."
De oratie van Dronkers heeft inmiddels ook politiek Den Haag bereikt. Tweede Kamerlid Elbert Dijkgraaf (SGP) heeft gisteren schriftelijke vragen gesteld aan demissionair minister André Rouvoet (Onderwijs, ChristenUnie). Die laat via een woordvoerder weten het onderzoek van de Dronkers met interesse te zullen bekijken. ,,Het is een van de vele onderzoeken op het gebied van segregatie. Onderzoek naar segregatie in het onderwijs biedt veel verschillende invalshoeken en uitkomsten."
In de praktijk heeft Dronkers' onderzoek voorlopig geen gevolgen. In Nijmegen bijvoorbeeld moeten ouders hun kinderen voor de basisschool voor het komende schooljaar aanmelden bij een centrale instantie. Die bepaalt waar het kind geplaatst wordt. Het gemeentebestuur wil zo voorkomen dat ouders van blanke leerlingen met hun kind op reis gaan naar de witste school, ook als die niet bij hen in de wijk ligt.
Het onderzoek van Dronkers is voor de gemeente geen reden om van dit voornemen af te stappen, zegt wethouder Onderwijs Henk Beerten. ,,Kinderen moeten naar een school in de buurt, zodat die school een afspiegeling vormt van de wijk."
Beerten is zelf onderwijskundige. Hij vindt dat een eigen school voor elke etnische groep niet de toekomst van het onderwijs in Nederland mag zijn. ,,Maar het is wel belangrijk dat we het onderwijs aanpassen aan de huidige Nederlandse samenleving. Die is anders dan dertig jaar geleden. We moeten docenten de middelen geven om te kunnen omgaan met de etnische diversiteit waarmee ze te maken krijgen."
Guido Walraven van het Kenniscentrum Gemengde Scholen is blij dat Nijmegen doorgaat met de proef om het ontstaan van zwarte en witte scholen te belemmeren. ,,Het leesniveau is niet de enige vaardigheid waaraan je het succes van een school moet afmeten. Dronkers is een gerenommeerde wetenschapper, maar verregaande conclusies kun je uit dit onderzoek niet trekken. Hij zegt dat zijn uitkomsten waarschijnlijk ook voor het basisonderwijs gelden, maar dat gaat mij veel te ver. Er moet eerst meer onderzoek gedaan worden."
Dat vindt ook Arslan van Forum. Zijn instituut wil daarom nog dit jaar alle wetenschappers die segregatie in het onderwijs onderzoeken bij elkaar roepen voor een conferentie. Hij benadrukt: ,,Wij blijven voorstander van gemengd onderwijs. Daarom is het van groot belang dat we investeren in de opleiding van docenten. Het alternatief, etnische segregatie, is catastrofaal. Voorop staat dat onderwijs meer is dan alleen leren: het is ook samenleven. Tussen die twee facetten moet een balans gevonden worden."
In Nijmegen gaat een proef met mixen gewoon door.
Bron: NRC 23 juni 2010
Brede acceptatie van homoseksuelen blijft toch zorgelijk
Het gebrek aan sociale acceptatie van homoseksuelen specifiek onder jongeren, orthodox godsdienstige Nederlanders, laagopgeleiden en Turkse- en Marokkaanse Nederlanders blijft reden tot zorg.
Dit blijkt donderdag uit de voortgangsrapportage lesbisch- en homo-emancipatiebeleid 2008-2010 van het ministerie van OCW en de homo-emancipatiemonitor ‘Steeds gewoner, nooit gewoon’ van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP).
De sociale acceptatie van homoseksuelen is onder de bevolking behoorlijk verbeterd. Het aantal gemeenten dat actief homobeleid voert is met meer dan een kwart gegroeid. De algemene steun voor gelijke rechten is de afgelopen periode onverminderd hoog gebleven.
Het kabinet heeft de afgelopen periode geïnvesteerd in het bevorderen van het bespreekbaar maken van homoseksualiteit in verschillende bevolkingsgroepen, het aanpakken van geweld en intimidatie tegen homoseksuelen en het stimuleren van maatschappelijke allianties en initiatieven. Daarnaast zijn bijdragen geleverd aan een homovriendelijke omgeving op school, het werk, de ouderenzorg en in de sport en heeft Nederland een rol van betekenis gespeeld in het buitenland.
In de nota ‘Gewoon homo zijn’ kondigde het kabinet in totaal 61 maatregelen aan verdeeld over elf ministeries, waarvan zo'n 95% uitgevoerd is. Met relatief weinig middelen is veel tot stand gebracht en is het zicht op homo-emancipatie in de samenleving verbeterd.
Uit internationaal onderzoek blijkt dat de sociale acceptatie in Nederland het hoogst is. Er is internationaal dan ook veel aandacht voor de Nederlandse aanpak. Het kabinet heeft ook op wetgevingsgebied het nodige ingezet. Zoals de wet die het lesbisch ouderschap regelt en de voorbereiding voor een wet die officiële geslachtswijziging moet vergemakkelijken voor transgender personen.
De aanpak van homovijandig geweld heeft volop de aandacht van het ministerie van Binnenlandse Zaken, het Openbaar Ministerie en de politie en loopt langs drie lijnen: aangifte van homofobe geweldsdelicten, inzicht in de aard en omvang van de problematiek en de adequate strafvordering van homofobe geweldsdelicten.
’Gewoon homo zijn’ nog geen gemeengoed’
De kabinetsdoelstelling om de sociale acceptatie van homoseksuelen onder de bevolking te verbeteren is weliswaar gehaald, maar het motto ‘gewoon homo zijn’ is nog geen gemeengoed. Uit het SCP rapport blijkt dat het gebrek aan acceptatie voor homojongeren reden tot zorg is.Meer serieuze suïcidegedachten
Aanzienlijk meer homojongeren dan heterojongeren blijken wel eens serieuze suïcidegedachten te hebben. En incidenten van homovijandigheid in de afgelopen periode onderstrepen nog eens dit beeld. Uit de SCP monitor blijkt dat bijna een derde van de leerlingen in het voortgezet onderwijs denkt dat een homoseksuele leerling op school niet open kan zijn over zijn of haar seksuele voorkeur.Ook homoseksuele docenten zijn kwetsbaar voor pesten en intimidatie. De manier waarop op scholen over homoseksualiteit wordt gesproken is een belangrijk indicator voor de veiligheid op scholen. OCW heeft scholen ondersteund in het bespreekbaar maken van seksuele diversiteit en het tegengaan van homodiscriminatie.
Zo is er een handreiking over de sociale acceptatie gestuurd naar de scholen in het primair- en voortgezet onderwijs en heeft OCW meerjarige steun verleend aan de Hetero- en Homo Onderwijsalliantie en de Gay-and-Straight scholen van het COC en de jongerencampagne van de Nederlandse Jeugdraad (NJR). De lokale voorlichting op scholen is versterkt en in de veiligheidsmonitor onderwijs wordt aandacht besteed aan seksuele diversiteit en homodiscriminatie.
Het is aan het nieuwe kabinet om, op basis van de voortgangsrapportage van OCW en de SCP monitor, conclusies te trekken voor toekomstig beleid.
Download het persbericht van het SCP met samenvatting van 'Gewoon Anders'
Bron: blikopnieuws.nlSocioloog Dronkers: gemengde school slecht voor allochtoon en autochtoon
NRC 17 juni 2010 -Gemengde scholen, daar moesten we met z’n allen naar streven. Dat zou in het belang zijn van zowel allochtone als autochtone kinderen. Niets van waar, zegt onderwijssocioloog Jaap Dronkers. Uit onderzoek dat hij vanmiddag presenteerde bij de aanvaarding van de leerstoel International comparative research on educational performance and social inequality aan de Universiteit Maastricht blijkt dat zowel autochtone kinderen als kinderen met een migrantenachtergrond slechtere resultaten behalen op etnisch sterk gemengde scholen dan op etnisch homogene scholen.
Het effect dat Dronkers constateert, treedt het sterkst op in landen met onderwijsstelsels waarin een hiërarchie van schooltypen bestaat, zoals het Nederlandse.
De uitkomsten van Dronkers’ onderzoek zijn politiek gevoelig. Het ontstaan van zwarte en witte scholen wordt door veel beleidsmakers onwenselijk geacht, omdat het de kansen van migrantenkinderen op goed onderwijs zou verminderen. Volgens Dronkers hoeft dit niet het geval te zijn, mits een zwarte school van een etnisch homogene samenstelling is.
Voor zijn onderzoek gebruikte Dronkers data uit 2006 van het Program for International Student Assessment (PISA) van de Oeso. Sinds 2000 wordt deze test om de drie jaar afgenomen bij vijftienjarige leerlingen uit een groot aantal Oeso-lidstaten. Het doel ervan is het in kaart brengen van wiskunde-, natuurkunde- en leesvaardigheden. Nederlandse data kon Dronkers niet gebruiken, doordat hier pas sinds vorig jaar het land van herkomst van leerlingen wordt geregistreerd.
Een andere opvallende uitkomst van Dronkers’ onderzoek is dat leerlingen met een islamitische achtergrond een forse achterstand in taalscores hebben op vergelijkbare migrantenleerlingen met een andere achtergrond. Die achterstand kan volgens Dronkers niet worden verklaard door de sociaal-economische achtergrond van leerlingen of door het onderwijsstelsel.
De oratie van Dronkers is hier te lezen.
'Allochtoon heeft slechtere baan en slechter salaris'
VK Banen 11 juni 2010 / Door Sander Heijne
‘Allochtonen zijn vaker werkloos dan autochtonen. En allochtonen die werken, hebben gemiddeld slechtere banen en een lager inkomen dan autochtonen.’ Dat zegt de Utrechtse hoogleraar sociologie Frank van Tubergen (34) vandaag in zijn oratie over etnische ongelijkheid op de werkvloer.
Hoe groot is de achterstand van allochtonen?
‘Groot. Als we bijvoorbeeld de leeftijdsgroep van 25 tot 35 jaar oud als voorbeeld nemen, zien we dat 13 procent van de autochtonen niet werkt. Voor Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen ligt dat tussen de 25 en 45 procent. Voor vluchtelingen liggen deze percentages nog hoger.Waarom doen deze groepen het zo slecht?
‘De traditionele verklaring hiervoor is tweeledig. Deels komt het doordat migranten vaak een achterstand hebben op het gebied van taal en opleiding, waardoor ze minder aantrekkelijk zijn voor werkgevers. Daarnaast speelt discriminatie ook nog steeds een rol. Zelf heb ik in 2005 met een veldexperiment aangetoond dat Marokkaanse sollicitanten met exact dezelfde capaciteiten als Nederlandse sollicitanten, minder kans hebben om op gesprek te worden uitgenodigd voor zelfs maar een stageplaats. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit 2009 kwam dit ook naar voren.’Maar discriminatie en taalachterstand verklaren de ongelijkheid volgens u niet afdoende?
‘Nee. We zien bijvoorbeeld dat ook in Nederland geboren Turken en Marokkanen moeilijker aan werk komen. De achterstand komt niet overeen met de aantallen die we zouden kunnen verwachten op basis van de discriminatie waarmee allochtonen te maken krijgen bij sollicitaties en promoties.’Waar ligt dit volgens u aan?
‘Mijn inschatting is dat de etnische ongelijkheid op de werkvloer ook samenhangt met de sociale netwerken waarin allochtonen zich begeven. Dat werkt direct op het moment dat je ergens gaat solliciteren. Bij gebrek aan goede informatie uit het sociale netwerk over de Nederlandse arbeidsmarkt, solliciteren allochtonen vaak op de verkeerde banen. Allochtonen kennen ook minder vaak iemand binnen een bedrijf die een goed woordje voor ze kan doen, of die ze kan helpen aan een betere baan. Maar ik denk dat de indirecte invloed uiteindelijk nog veel groter is.’‘Allochtonen komen vaak uit laaggeschoolde gezinnen, gaan naar dezelfde scholen en wonen in dezelfde wijken. Mijn vermoeden is dat op het moment dat jongeren die op school zitten te veel vrienden hebben die niet verder leren, ze zelf ook minder geneigd zijn hogere opleidingen te volgen. Hetzelfde geldt voor crimineel gedrag. De verleiding om het slechte pad op te gaan wordt groter, naarmate je meer vrienden hebt die al op het slechte pad zijn.’
Dus in feite lopen migrantenkinderen al tijdens hun jeugd een achterstand op, door hun sociale omgeving?
‘Dat is mijn vermoeden ja.’U zegt vermoeden, maar dit zijn toch geen nieuwe bevindingen?
‘Er is nog nooit grootschalig empirisch onderzoek gedaan naar de effecten van de sociale netwerken van allochtonen op hun positie op de arbeidsmarkt. En dat is opvallend, gezien de hoeveelheid geld die wordt gestopt in programma’s die ervoor moeten zorgen dat er een betere mix tussen de bevolkingsgroepen ontstaat. Het is nog niet duidelijk of dit wel het gewenste effect heeft.’En dat gaat u nu onderzoeken?
‘Ja. Samen met collega Matthijs Kalmijn van de universiteit van Tilburg heb ik een onderzoek opgezet onder vierduizend 14-jarigen op honderd scholen in Nederland. We gaan precies in kaart brengen wie hun vrienden zijn, met wie ze omgaan, waar ze wonen en of ze succesvol zijn. Ditzelfde onderzoek wordt in Engeland, Zweden en Duitsland uitgevoerd. Vooralsnog hebben we een onderzoekssubsidie voor vijf jaar, maar het is de bedoeling dat we het onderzoek over een nog veel langere periode voortzetten. En uiteindelijk kunnen we zien of sociale netwerken van invloed zijn op integratie en succes.’
Boegbeeld essentieel voor diversiteitsbevordering
Utrecht, 4 juni 2010 – De inzet van een aansprekend boegbeeld heeft een positieve invloed op de implementatie van diversiteitsbeleid. Dit blijkt uit een onderzoek van Berenschot naar de succesfactoren en knelpunten rond diversiteit. De uitkomsten, gebundeld in Diversiteit en verandering. De praktijkfactoren die de implementatie van diversiteitsbeleid beïnvloeden, werden eerder deze week gepresenteerd.
Organisaties zijn zich ervan bewust dat een goed diversiteitsbeleid uiteindelijk leidt tot betere bedrijfsresultaten en blijvend concurrentievoordeel. Toch slagen slechts weinig organisaties erin hun diversiteitsbeleid te vertalen naar de dagelijkse praktijk. Kijkend naar de succesfactoren en knelpunten, concluderen de onderzoekers dat trekkers essentieel zijn om diversiteit in de organisatie te bevorderen. “Beeldbepalende personen zoals een directeur of lid van de Raad van Bestuur moeten het onderwerp regelmatig onder de aandacht brengen”, zegt Rukiye Sarizeybek, een van de auteurs. “Deze trekkers moeten affiniteit hebben met het onderwerp, het diversiteitsbeleid actief uitdragen en intern zichtbaar zijn.” Daarnaast is het belangrijk dat ook elders in de organisatie draagvlak wordt verkregen, zodat de resultaten niet afhankelijk zijn van de inspanningen van één persoon.
Een andere voorwaarde voor een succesvolle uitvoering van diversiteitsbeleid is noodzaakbeleving binnen de gehele organisatie. “Een organisatie moet niet blijven steken in een intentie”, stelt Sarizeybek. “Leidinggevenden én medewerkers hebben behoefte aan een duidelijke, heldere en vooral toepasbare visie.” Bij de start van de implementatie dient een organisatie zich dan ook te richten op de intrinsiek gemotiveerde leidinggevenden en medewerkers. Veel organisaties besteden hier beperkt aandacht aan. De onderzoekers wijzen er verder op dat de implementatie van diversiteitsbeleid aangepakt moet worden als een brede organisatieverandering, die doorwerkt op cultuur en gedrag van mensen.
Voor hun boek onderzochten de auteurs negen publieke en private partijen om inzicht te krijgen in de uitvoering van het diversiteitsbeleid. Het betreft Achmea, gemeente Nijmegen, Politie Utrecht, Royal Haskoning, DWI gemeente Amsterdam, gemeente Den Haag, Partou Kinderopvang, gemeente Zaanstad en Albert Heijn - alle koplopers op het gebied van diversiteit. Tevens werden gesprekken gevoerd met experts op het terrein van diversiteitsbeleid en organisatieverandering.

Verder lezen: 'Diversiteit en verandering. De praktijkfactoren die de implementatie van diversiteitsbeleid beïnvloeden.' Auteurs: Rukiye Sarizeybek, Steve Hostmann, Kris Jansen, Arjan Verhoeven. ISBN 9 789490 314033.
Bron: www.berenschot.nl
Data communitybijeenkomsten '10/'11 bekend
De data voor de communitybijeenkomsten in schooljaar 2010/2011 zijn bekend. Zoals ook in eerdere jaren, zullen de bijeenkomsten wisselend op dinsdag en donderdag plaatsvinden. Cirkelleden van de community worden bij elke bijeenkomst verwacht, tenzij ze zich afmelden. Anderen kunnen zich per bijeenkomst aanmelden. De communitybijeenkomsten trekken rond, bij voorkeur kiezen we een plek waar op dat moment iets te doen en te zien is rondom diversiteit. Zet de volgende data vast in uw agenda:
- di 2 november 2010
- do 13 januari 2011
- di 8 maart 2011
- do 28 april 2011
